|
|
|
Gangenclassificatie Fasering Range of motion Met behulp van de sensoren kunnen de hoeken welke door de benen gemaakt worden, gemeten worden. Dat geldt zowel in zijwaartse richting als in voor-/achterwaartse richting. Op basis van deze gegevens kan de reikwijdte van het been gemeten worden en kunnen de bewegingspatronen van de benen in stap en draf met elkaar vergeleken worden. De range of motion is de reikwijdte van het been, gemeten aan het pijpbeen. We zouden het been kunnen beschouwen als de slinger van de Friese staartklok en willen graag weten hoeveel uitslag de slinger heeft. De range geeft informatie over de beenzwaai; het vertelt hoe groot de hoek is waarin de benen naar voren of naar achteren gestrekt worden, uitgedrukt in graden. Paarden welke bijvoorbeeld enige vorm van toontredendheid vertonen, zullen in het algemeen meer beweging in zijwaartse richting laten zien. Ook paarden met een afwijkend bewegingspatroon als gevolg van kreupelheid zullen in een groot aantal gevallen een dergelijk bewegingspatroon laten zien. Kreupele paarden laten echter een onregelmatiger patroon zien dan paarden welke toontredend zijn. In de foto's is weergegeven welke hoeken van de benen van het paard gemeten worden. De range of motion is de hoek in voorwaartse richting plus de hoek in achterwaartse richting.
In bovenstaande figuur is het bewegingspatroon van een been van een paard weergegeven. De rode lijn geeft het bewegingspatroon in zijwaartse richting aan. De zwarte lijn geeft het bewegingspatroon in voor-/achterwaartse richting aan. De variatie om deze lijnen wordt weergegeven middels de band om beide lijnen heen. In de grafiek is duidelijk het verschil tussen op de grond staan van het been (steunfase/stance) en zwaaifase (swing) te zien.
|
|
Laatst bijgewerkt: 15 augustus 2011 |